Het kabinet heeft op Prinsjesdag het Belastingplan 2026 bekendgemaakt. Een aantal plannen was reeds eerder aangekondigd. Vanwege de demissionaire status van het kabinet zaten er weinig nieuwe voorstellen in het plan. De belangrijkste voornemens voor ondernemers zijn:
Klimaat
Met de energie-investeringsaftrek (EIA) wil de overheid investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen stimuleren. Ondernemingen kunnen 40 procent van hun investeringen aftrekken van de fiscale winst, tot een gezamenlijk maximumbedrag van €151 miljoen per jaar. Doordat een samentelbepaling ontbrak, kon een bv die deelnam in een samenwerkingsverband vaker gebruikmaken van dit maximum. Een samentelplafond moet dit voorkomen.
Bedrijven gaan vanaf 2026 over een groter deel van het drinkwater dat zij gebruiken belasting betalen. Het heffingsplafond gaat van 300 kubieke meter naar 50.000 kubieke meter. In 2027 komt dit plafond te vervallen. Dat betekent dat bedrijven vanaf dan over al het drinkwater dat zij gebruiken belasting betalen.
Vervoer
Fiets
De forfaitaire bijtelling van 7% voor een ter beschikking gestelde fiets wordt aangepast. Tot nu toe gold de bijtelling ook als de fiets slechts incidenteel of alleen voor een deel van het woon-werkverkeer werd gebruikt. Voortaan geldt dat geen bijtelling verschuldigd is als de fiets niet meer dan bijkomstig (maximaal 10%) bij het woon- of verblijfadres van de werknemer wordt gestald. Daarnaast wordt in de aanpassing geen onderscheid meer gemaakt tussen fietsen en zogenoemde deelfietsen.
Auto
Vanaf 1 januari 2027 wordt een pseudo-eindheffing ingevoerd voor werkgevers die, mede voor privégebruik, een fossiele personenauto of hybride auto ter beschikking stellen aan werknemers. Deze heffing bedraagt 12 procent van de cataloguswaarde voor personenauto's tot 25 jaar. Voor oudere auto's is de waarde economisch verkeer leidend.
Werkgevers betalen vanaf 2027 extra als zij hun werknemer een niet-elektrische auto aanbieden. De korting op de motorrijtuigenbelasting wordt verhoogd van 25 naar 30 procent. Daarnaast gaat het verlaagde bpm-tarief voor emissievrije auto’s ook gelden voor emissievrije bijzondere personenauto’s en motoren.
Vanaf 2026 geldt voor nieuwe elektrische auto’s dezelfde bijtelling als voor nieuwe niet-elektrische auto’s, namelijk 22 procent van de cataloguswaarde. De bijtelling voor elektrische auto’s is in de afgelopen jaren stapsgewijs opgelopen. In 2026 is het verschil in bijtelling tussen nieuwe elektrische en niet-elektrische auto’s compleet verdwenen.